Inloggen voor leden

Uit een recent gepubliceerd onderzoek van Lee et al. (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26070005) blijkt dat patienten die trouw smeren met corticosteroidenzalf minder last hebben van klachten, verlittekening en het ontstaan van vulvacarcinoom. Bijwerkingen van de corticosteroidenzalf werden nauwelijks gezien. Voor dit onderzoek volgden Lee et al. 507 vrouwen met bewezen vulvaire lichen sclerosus voor 6 jaar.

 

Van 15 tot 17 september vindt het Europese vulvapathologie congres plaats in Turijn.

Er zullen gynaecologen, dermatologen en pathologen aanwezig zijn, allemaal met een interesse die ligt bij de vulvo-vaginale pathologie. Het doel van het congres is communcatie tussen artsen te promoten die werken in dit veld. Er zal veel onderwijs gegeven worden en natuurlijk worden de meest recente studies besproken.

Abstracts kunnen ingezonden worden tot 31 mei.

Voor meer informatie kijk op: http://www.ecsvd.eu/

Problemen aan de vulva kunnen een lastig probleem zijn, waarbij naast lichamelijke klachten en ongemak, ook schaamte en relatieproblematiek kunnen leiden tot ernstige vermindering van de kwaliteit van leven. Dit geldt voor de patiënt maar vaak ook voor de partner. Het stellen van de juiste diagnose, het instellen van de juiste therapie en goede begeleiding van de vrouw (en diens partner) is dan ook noodzakelijk om de kwaliteit van leven te optimaliseren. Aangezien vulvaproblematiek een overgangsgebied is tussen de dermatologie en gynaecologie, kunnen patiënten met vulvaire klachten gemakkelijk tussen wal en schip vallen. Het stellen van de juiste diagnose en het instellen van de optimale behandeling is vaak een zeer specialistische aangelegenheid, waarbij expertise uit beide specialismen noodzakelijk is voor het leveren van topzorg. Dergelijke gemeenschappelijke (vulva)spreekuren zorgen voor een hoge patiënttevredenheid met optimale kwaliteit van leven en uiteindelijk minder ziekenhuisbezoeken.

In 2015 heeft de Nederlands Zorg Autoriteit (NZA) bepaald, dat van de gemeenschappelijke zorg op een vulvaspreekuur door gynaecoloog en dermatoloog samen, er maar voor één van de twee specialisten behandeling vergoed wordt. De enige mogelijkheid tot een vergoeding voor beide specialismen is het na elkaar zien van de patiënt met een aparte vraagstelling. De Nederlandse Vereniging voor VulvaPathologie (NVvVP) vindt dit een geforceerde onwenselijke situatie en een kwalijke ontwikkeling. De NVvVP ontvangt hier dan ook klachten over van zowel artsen als patiënten. De NVvVP hoopt dan ook van harte dat de NZA in 2016 tot inzicht komt dat een kwalitatief hoogwaardig multidisciplinair vulvaspreekuur nodig is en dat de inspanningen van beide specialismen vergoed zullen worden. Wij roepen dan ook patiënten op dit aan te kaarten bij hun zorgverzekeraar.

Recent werd in het Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie een mooie publicatie gerealiseerd over Vulvaire morbus Paget.

Dit overzichtsstuk geeft een mooie weergave van de kliniek, diagnostiek en behandelingsmogelijkheden van deze zeldzame huidaandoening. Tevens wordt ingegaan op de landelijke Paget Trial, een multicenter studie naar de effectiviteit, veiligheid, kwaliteit van leven en immunologishce respons van de behandeling van vulvaire morbus Paget met 5% imiquimodcrème. In afwachting van lokale goedkeuringsprocedures zal deze trial in 8 vulvapoli’s gaan lopen. Vooralsnog kunnen patiënten worden verwezen naar het AvL, ErasmusMC, UMCG of Radboudumc.

Referentie: M. van der Linden, I.M. Hendriks, K.A.P. Meeuwis, J. Bulten, T. Bosse, M.I.E. van Poelgeest, J.A. de Hullu, C.L.M. van Hees. Vulvaire morbus Paget. Ned Tijdsch Derm Ven, 25 (2015), 609-612.

Op 14 januari 2016 zal Loes van den Einden, huisarts in opleiding via cluster Nijmegen, haar proefschrift getiteld ’Improving care for women with vulvar squamous (pre)malignancies’ in het openbaar verdedigen.

In haar proefschrift worden verschillende mogelijkheden beschreven om de zorg voor vrouwen met vulvaire (pre)maligniteiten te verbeteren, met name gericht op de diagnostiek en het behandelproces.

Allereerst werd het advies tot centralisatie van zorg en het mogelijke effect hiervan op de survival van vrouwen met een vulvacarcinoom in Nederland geëvalueerd. Daarnaast zijn er richtlijnen gegeven voor het stellen van de histopathologische diagnose dVIN en is er gekeken naar de plaats van cytologie in de diagnostiek van vulvaire (pre)maligniteiten. Ook werd er een alternatieve manier van meten van de invasiediepte van het vulvacarcinoom geëvalueerd, met als doel een meetmethode te identificeren die het meest optimaal correleert met de lymfklierstatus en survival. Tenstlotte werd, met als doel meer duidelijkheid te krijgen over de oncogenese van het niet-HPV-gerelateerde vulvacarcinoom, het genoom van deze patiënten in kaart gebracht met behulp van gedetailleerde arrays.

U bent van harte welkom om deze openbare plechtigheid bij te wonen. Locatie: Aula Major, Radboud Universiteit Nijmegen, Comeniuslaan 2, Nijmegen. Tijd: 14.30 uur precies.